
De SIM-kaart en batterij plaatsen
Verwijder de klep aan de achterkant en plaats de 1.
SIM-kaart.
Klep aan de
achterkant
SIM-kaart
Installeer de batterij en plaats de klep terug.2.
Batterij
De batterij opladen
Sluit de meegeleverde 1.
reisadapter aan.
Naar stopcontact
Koppel de 2.
reisadapter los
wanneer de batterij is
opgeladen.
Verwijder de batterij niet voordat u de reisadapter
verwijdert. Anders kan het apparaat beschadigd raken.
De telefoon blokkeren
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→
Beveiliging→Telefoonblokkering→Aan.
Voer een nieuw wachtwoord van vier tot acht cijfers in 2.
en druk op <OK>.
Voer het nieuwe wachtwoord nogmaals in en druk op 3.
<OK>.
Uw SIM-kaart vergrendelen
Door uw SIM-kaart te vergrendelen kunt u ervoor zorgen
dat die SIM-kaart alleen op uw telefoon en niet op andere
telefoons kan worden gebruikt.
Ervoor zorgen dat op de telefoon alleen uw SIM-
kaart kan worden gebruikt
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→
Beveiliging→SIM-blokkering→Aan.
Voer een nieuw wachtwoord van vier tot acht cijfers in 2.
en druk op <OK>.
Voer het nieuwe wachtwoord nogmaals in en druk op 3.
<OK>.
Voorkomen dat anderen de SIM-kaart gebruiken
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→
Beveiliging→PIN-blokkering→Aan.
Voer de viercijferige pincode in die u bij de SIM-kaart 2.
hebt gekregen en druk op <OK>.
Tekst invoeren
De tekstinvoerstand wijzigen
Houd [• ] ingedrukt om te schakelen tussen de T9- en
de ABC-stand. Afhankelijk van het land is het ook
mogelijk een invoerstand weer te geven voor uw taal.
Druk op [• ] om te wisselen tussen hoofdletters en
kleine letters of om naar de cijferstand te gaan.
Druk op [• ] om over te schakelen naar de symboolstand.
Houd [• ] ingedrukt om een invoerstand te selecteren
of de invoertaal te wijzigen.
T9-stand
Druk eenmaal op de desbetreffende alfanumerieke 1.
toetsen om een heel woord in te voeren.
Als het woord juist wordt weergegeven, drukt u op 2.
[0] om een spatie in te voegen. Als het juiste woord
niet wordt weergegeven, drukt u op de navigatietoets
omhoog of omlaag om een ander woord te selecteren.
ABC-stand
Druk op de desbetreffende alfanumerieke toets totdat het
gewenste teken op het display verschijnt.
Cijferstand
Druk op de desbetreffende alfanumerieke toets om een
cijfer in te voeren.
Symboolstand
Druk op de desbetreffende alfanumerieke toets om een
symbool in te voeren.
Druk op de navigatietoets om de cursor te verplaatsen.•
Druk op <• Wissen> om tekens een voor een te
verwijderen. Houd <Wissen> ingedrukt om alle tekens
te verwijderen.
Druk op [• 0] om een spatie tussen twee tekens in te
voegen.
Druk op [• 1] om interpunctietekens in te voegen.
Een nieuwe contactpersoon toevoegen
Afhankelijk van uw serviceprovider kan de geheugenlocatie
voor het opslaan van nieuwe contactpersonen vooraf zijn
ingesteld. Als u de geheugenlocatie wilt wijzigen, selecteert
u in de menustand Contacten→Beheer→Nieuwe
contacten opslaan in →eengeheugenlocatie.
Voer in de standby-stand een telefoonnummer in en 1.
druk op <Opties>→Contact toevoegen.
Selecteer een geheugenlocatie (indien nodig).2.
Selecteer een nummertype (indien nodig).3.
Voer de gegevens van de contactpersoon in.4.
Druk op de bevestigingstoets om de contactpersoon 5.
aan het geheugen toe te voegen.
Favoriete nummers instellen
Selecteer in de menustand 1. Contacten→Favorieten.
Selecteerhetnummer(2-9)datuwiltinstellen.2.
Selecteer de contactpersoon die u aan dat nummer 3.
wilt toewijzen.
U kunt deze contactpersoon bellen door in de standby-
stand het toegewezen nummer ingedrukt te houden.
Blader omlaag en druk op de bevestigingstoets om de 4.
lijst met ontvangers te openen.
Druk op de bevestigingstoets5. om de lijst met
contactpersonen te openen.
Selecteer een contactpersoon.6.
Selecteer een nummer (indien nodig).7.
Druk op <8. Opties>→Opslaan om de ontvangers op
te slaan.
Blader omlaag en voer de naam van de afzender in.9.
Drukopdebevestigingstoets→<10. OK>.
Een SOS-bericht activeren en
verzenden
In geval van nood kunt u een SOS-bericht naar uw familie
of vrienden verzenden.
Het SOS-bericht activeren
Selecteer in de menustand 1. Berichten→
Instellingen→SOS-berichten→Verzendopties.
Schuif naar links of rechts naar 2. Aan.
Blader omlaag en druk op de bevestigingstoets om de 3.
lijst met ontvangers te openen.
Druk op de bevestigingstoets4. om de lijst met
contactpersonen te openen.
Selecteer een contactpersoon.5.
Selecteer een nummer (indien nodig).6.
Wanneer u alle gewenste contactpersonen hebt 7.
geselecteerd, drukt u op <Opties>→Opslaan om de
ontvangers op te slaan.
Overschakelen op een ander proel
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→Profielen.
Selecteer het gewenste profiel.2.
De sneltoetswerkbalk gebruiken
U kunt de sneltoetswerkbalk gebruiken om uw favoriete
menu’s te openen.
Menu’s toevoegen op de sneltoetswerkbalk
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→Display→
Sneltoetswerkbalk.
Druk op <2. Opties>→Wijzigen.
Selecteer uw favoriete menu’s.3.
Druk op <4. Opties>→Openen om submenu’s te
selecteren (indien nodig).
Druk op <5. Opslaan> of druk op <Opties>→Opslaan.
Een menu openen via de sneltoetswerkbalk
Schuif in de standby-stand naar links of naar rechts
om naar het gewenste menu te gaan en druk op de
bevestigingstoets.
Als de sneltoetswerkbalk is geactiveerd, werkt
de navigatietoets niet, aangezien de sneltoetsen
afhankelijk zijn van uw regio.
Blader omlaag en stel het aantal herhalingen in voor 8.
het SOS-bericht.
Druk op <9. Opslaan>→<Ja>.
Een SOS-bericht verzenden
Wanneer de toetsen vergrendeld zijn, drukt u vier 1.
keer op [ ] om een SOS-bericht naar de ingestelde
nummers te verzenden.
De telefoon schakelt over naar de SOS-stand en
verstuurt het vooraf ingestelde SOS-bericht.
Druk op [2. ] om de SOS-stand te beëindigen.
Alarm instellen en gebruiken
Een nieuw alarm instellen
Selecteer in de menustand 1. Alarm.
Selecteer een lege alarmlocatie.2.
Stel het alarm in zoals u wilt.3.
Druk op <4. Opslaan> of <Opties>→Opslaan.
Een alarm uitzetten
Als het alarm afgaat:
Druk op <• OK> of op de bevestigingstoets om het
alarm uit te zetten.
Druk op <• Sluimeren> om het alarm gedurende de
sluimerperiode uit te zetten.
Een alarm uitschakelen
Selecteer in de menustand 1. Alarm.
Selecteer het alarm dat u wilt uitschakelen.2.
Schuif naar links of rechts naar 3. Uit.
Druk op <4. Opslaan>.
Als de batterij is verwijderd, is het mogelijk dat het
geplande alarm niet afgaat.
De zaklamp inschakelen
Met de zaklampfunctie wordt het display maximaal
verlicht, zodat u beter zicht hebt in het donker.
Houd in de standby-stand de navigatietoets omhoog
ingedrukt om de zaklamp in te schakelen.
U schakelt de zaklamp uit door op <Terug> of [ ] te
drukken.
Richt de zaklamp niet direct op iemands ogen. Dat kan
schadelijk zijn.
Nepoproepen tot stand brengen
U kunt een inkomende oproep simuleren wanneer u een
excuus nodig hebt om een bijeenkomst of ongewenst
gesprek te verlaten.
De functie voor nepoproepen activeren
Selecteer in de menustand Instellingen→Toepassing
→Oproepen →Nepoproep→Sneltoets nepoproep
→Aan.
Berichten verzenden en bekijken
Een SMS-bericht verzenden
Selecteer in de menustand 1. Berichten→Bericht
maken.
Voer een telefoonnummer in en blader omlaag.2.
Voer de berichttekst in. 3.
►
Tekst invoeren
Druk op de bevestigingstoets om het bericht te 4.
verzenden.
SMS-berichten bekijken
Selecteer in de menustand 1. Berichten→Postvak IN.
Selecteer een SMS-bericht.2.
De functie Mobiel opsporen activeren
Als iemand een andere SIM-kaart in uw telefoon plaatst,
wordt er automatisch een bericht met het op die kaart
vastgelegde telefoonnummer verzonden naar twee
vooraf ingestelde contactpersonen. Op die manier kunt
u proberen uw telefoon terug te vinden.
De functie Mobiel opsporen activeren
Selecteer in de Menustand 1. Instellingen→
Beveiliging→Mobiel opsporen.
Voer uw wachtwoord in en druk op 2. <OK>.
Wanneer u de functie Mobiel opsporen voor het eerst
gebruikt, wordt u gevraagd een wachtwoord op te geven
en te bevestigen.
Schuif naar links of rechts naar 3. Aan.
Instructiesymbolen
Let op: opmerkingen, gebruikstips of aanvullende
informatie
→
Gevolgd door: de volgorde van de opties of menu’s
die u moet selecteren om een stap uit te voeren,
bijvoorbeeld: Selecteer in de menustand Berichten→
Bericht maken (staat voor Berichten, gevolgd door
Bericht maken)
[ ]
Blokhaken: telefoontoetsen, bijvoorbeeld: [ ]
(de toets voor aan/uit/beëindigen)
< >
Punthaken: functietoetsen waarvan de functie per
scherm kan verschillen, bijvoorbeeld: <OK>
(staat voor de functietoets OK)
De telefoon in- of uitschakelen
De telefoon inschakelen:
Houd [1. ] ingedrukt.
Voer uw pincode in en druk op <2. OK> (indien nodig).
Als u de batterij verwijdert, worden tijd en datum gereset.
Herhaal stap 1 hierboven om de telefoon uit te schakelen.
Toegang tot menu’s
Ga als volgt te werk om de menu’s op uw telefoon te openen:
Druk in de standby-stand op <1. Menu> om naar de
menustand te gaan.
Het kan zijn dat u op de bevestigingstoets moet drukken
om de menustand te activeren, afhankelijk van uw regio of
serviceprovider.
Ga met behulp van de navigatietoets naar een menu 2.
of optie.
Druk op <3. Kies>, <OK> of de bevestigingstoets om de
gemarkeerde optie te bevestigen.
Druk op <4. Terug> om een niveau omhoog te gaan of
druk op [ ] om terug te gaan naar de standby-stand.
WanneerueenmenuopentwaarbijeenPIN2-codeis•
vereist,moetudePIN2-codeinvoerendieubijuwSIM-
kaart hebt ontvangen. Neem voor meer informatie contact
op met uw serviceprovider.
Samsung is niet verantwoordelijk voor het verlies van •
wachtwoorden of privé-informatie of andere schade door
illegale software.
Als het toetsenbord is vergrendeld terwijl u de telefoon •
gebruikt, houdt u [ ] ingedrukt om het toetsenbord te
ontgrendelen.
Bellen
Voer in de standby-stand een netnummer en een 1.
abonneenummer in.
Druk op [2. ] om het nummer te kiezen.
Druk op [3. ] om de oproep te beëindigen.
Het volume van een monoheadset is erg laag of
vrijwel niet hoorbaar. Gebruik alleen stereoheadsets.
Een oproep aannemen
Druk op [1. ] als er een oproep binnenkomt.
Druk op [2. ] om de oproep te beëindigen.
Een recent gekozen nummer opnieuw
bellen
Druk in de standby-stand op [1. ].
Schuif naar links of rechts om een oproeptype te 2.
selecteren.
Blader omhoog of omlaag om een nummer of naam te 3.
selecteren.
Druk op de bevestigingstoets om de gegevens van de 4.
oproep te bekijken of op [ ] om het nummer te bellen.
Het volume aanpassen
Het volume van de beltoon aanpassen
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→Profielen.
Ga naar het profiel dat u gebruikt.2.
AlsuhetproelStilofVliegtuiggebruikt,kuntuhet
volume van de beltoon niet aanpassen.
Druk op <3. Opties>→Wijzigen.
Selecteer 4. Volume→Belsignaal.
Schuif naar links of rechts om het volumeniveau aan 5.
te passen en druk op <Opslaan>.
Het volume aanpassen tijdens een gesprek
Druk tijdens een gesprek op de navigatietoets omhoog of
omlaag om het volume aan te passen.
In een luidruchtige omgeving hebt u mogelijk moeite om
het gesprek te verstaan als u de luidsprekerfunctie gebruikt.
Gebruik dan de normale telefoonstand voor een beter geluid.
De beltoon wijzigen
De beltoon van het huidige proel wijzigen
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→Profielen.
Ga naar het profiel dat u gebruikt.2.
AlsuhetproelStilofVliegtuiggebruikt,kuntude
beltoon niet wijzigen.
Druk op <3. Opties>→Wijzigen.
Selecteer 4. Beltoon voor oproep.
Selecteer een beltoon.5.
Een nepoproep tot stand brengen
Houd in de standby-stand de navigatietoets ingedrukt.•
Wanneer de toetsen zijn vergrendeld, drukt u vier keer •
op de navigatietoets omlaag.
De vertraging voor nepoproepen wijzigen
Selecteer in de menustand 1. Instellingen→
Toepassing→Oproepen →Nepoproep→Timer
nepoproep.
Selecteer een optie.2.
Conformiteitsverklaring (R&TTE-richtlijn)
Wij,
Samsung Electronics
verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat het product
GSM mobiele telefoon: GT-E1170i
waarop deze verklaring van toepassing is, voldoet aan de volgende standaarden en/of
andere normatieve documenten.
Veiligheid EN60950-1:2006+A11:2009
SAR EN50360:2001
EN62209-1:2006
EMC EN301489-01V1.8.1(04-2008)
EN301489-07V1.3.1(11-2005)
RADIO EN301511V9.0.2(03-2003)
Hierbij verklaren we dat [alle essentiële radiotests zijn uitgevoerd en dat] bovengenoemd
product voldoet aan alle essentiële eisen die er in Richtlijn 1999/5/EC aan worden
gesteld.
De conformiteitsbeoordelingsprocedure waarnaar wordt verwezen in Artikel 10 en die
wordt beschreven in Bijlage [IV] van Richtlijn 1999/5/EC is uitgevoerd in samenwerking
met de volgende aangemelde instantie(s):
BABT, Forsyth House,
ChurcheldRoad,
Walton-on-Thames,
Surrey,KT122TD,UK*
Kenmerk: 0168
De technische documentatie wordt beheerd door:
Samsung Electronics QA Lab.
en wordt op verzoek ter beschikking gesteld.
(Vertegenwoordiging in de EU)
Samsung Electronics Euro QA Lab.
Blackbushe Business Park, Saxony Way,
Yateley,Hampshire,GU466GG,UK*
2010.12.23 Joong-Hoon Choi / Lab Manager
(plaats en datum van uitgifte) (naam en handtekening van bevoegde persoon)
*DitisniethetadresvanhetSamsungServiceCenter.Ziedegarantiekaartofneem
contact op met de winkel waar u de telefoon hebt aangeschaft voor het adres van het
Samsung Service Center.
Comentarios a estos manuales